Willekeurig...

1266517286_img_0733.jpg

Online:

We have 10 guests online

Login






Lost Password?
Geschiedenis

De geschiedenis van het dispuut

Na de oorlog hervatte zich langzaam het studentenleven in Nijmegen. In het zichzelf wederopbouwende Nederland waren de idealen van de studenten echter wel veranderd ten opzichte van het vooroorloogse corporale leven. Vanuit deze nieuwe geest, die maatschappelijker georienteerd was dan in het vooroorloogse studentenleven, werden twee vriendenkringen opgericht: 'Ende' en 'Elegast'. Na een fusie tussen beiden en een moeizame start, volgde op 15 februari 1946 de erkenning door de Societas Studiosorum Noviomagum 'Roland' en het Nijmeegsch Studenten Corps Carolus Magnus. In de eerste 5 levensjaren groeide het Dispuut niet erg; bovendien was er een scheuring ontstaan omdat enkele van de oprichters hun idealen zagen verdwijnen ten koste van de algemene studentikoze gezelligheid. Vanaf ongeveer 1951 begon het dispuut stevig te groeien; nadien zou het nooit meer echt klein worden (naar Nijmeegse begrippen). De algemene studentikositeit had zijn plaats gevonden in het Dispuut; de maatschappelijke idealen minder. Inauguratie

In de late jaren zestig, toen Nijmegen haar uitgesproken 'rode' imago kreeg (en Marxograd genoemd werd), kregen de traditionele studentenverbanden het moeilijk: het Corps Carolus Magnus stortte in en de herensociëteit Roland en de Meisjesclub hadden sterk te lijden onder afnemende ledenaantallen. Het dispuut, nog altijd gelieerd aan Roland, wist zich echter te handhaven. In de eerste helft van de jaren zeventig kwam echter wel de sociëtaire status van het dispuut in het geding en enkele leden van Elegast werden geen lid van de inmiddels uit een fusie tussen Roland en de Meisjesclub ontstane Nijmeegse Studentenvereniging Carolus Magnus. Andere leden echter hielden vast aan deze vereniging; momenteel heeft niemand spijt van die ingeslagen weg. Vanaf dat moment heeft het dispuut ook zijn huidige vorm gekregen: ongeveer 15 tot 25 man, allen studerend aan de KUN (nu de Radboud Universiteit) en lid van voornoemde vereniging met een gezonde kritische houding en een neus voor gezelligheid.

In 1984 betrok het dispuut, dankzij de actieve en financiële inzet van de reünisten het dispuutshuis De Groote Smeet aan de Smetiusstraat 8. Het huis is meer en meer het 'centrum' voor het dispuut geworden.

Sinds 1998 levert Dispuut Elegast ook de studentleden voor het organisatiecomité voor de optredens van het Nederlands Studenten Orkest, en helpt de organisatie bij het tweejaarlijks bezoek van het orkest aan Nijmegen. Overige activiteiten van het dispuut zijn het jaarlijkse huisfeest en natuurlijk lustra.

Het verhaal van Karel ende Elegast

Het volgende verhaal is een samenvatting van een artikel van prof. dr. A. G. Weiler, emeritus hoogleraar Vaderlandse en Middeleeuwse Geschiedenis aan de KUN, over Karel ende Elegast. Dit artikel is eerder verschenen in de VIIIe lustrumalmanak (1986) van Dispuut Elegast.

Het verhaal van Karel ende Elegast behoort tot het genre van de voor-hoofse ridderepiek en weerspiegelt de feodale wereld van de elfde en twaalfde eeuw. Men neemt aan dat het dichtwerk rond kort na 1200 is ontstaan; de enkele plaatsaanduidingen die in het verhaal voorkomen wijzen naar de Rijnstreek (Ingelheim, Keulen). Het gaat hier om een middel- Nederlandse bewerking van een Franstalig gedicht, uit het laatste kwart van de 12e eeuw. Ook in de Duitse en Scandinavische literatuur bestaan overeenkomstige verhalen waarin Karel de Grote de centrale figuur is. Zij zijn echter van latere datum dan de Nederlandse versie. De wereld die uit Karel ende Elegast tot ons komt is die van de rijksgroten rond de keizer. Karel bereidt zich voor op de hofdag in zijn Palts te Ingelheim. De hofdag diende voor de rechtspraak op het rijksniveau, alsmede om geschillen tussen de koning-keizer en zijn leenmannen te bespreken en bij te leggen. De rijksorganisatie steunt op de hertogen rond de troon: Elegast is zelf een rijkshertog al is hij dan door de koning van zijn bezittingen, lenen en burchten omwille van een vergrijp aan koninklijke eigendommen beroofd. Hertog Eggerik van Eggermonde is getrouwd met Karels zuster en beraamt een aanslag op de koning. Allen hebben ze hun ridders en dienaren die tot gewapende actie voor en met hun heer gehouden zijn. Eggerik is verbonden met grote machtige heren die hun burchten langs de Rijn hebben. De koning steunt op Franse getrouwen. Elegast zwerft met twaalf gezellen, die ook door Karel van hun bezit en leengoederen waren ontdaan, rond. Hij houdt zich schuil in het woud en aangezien hij geen inkomsten meer heeft leeft hij van zijn rooftochten. De rijken worden aangepakt; de armen worden ontzien. Er zijn ook andere roofridders denkbaar, zoals Adelbrecht, die kerken, kluizen en godshuizen berooft en niemand spaart, rijk noch arm. Zijn uiteindelijke doel is de koning te bestelen! Maar dit gaat Elegast te ver. Ook al heeft hij eenmaal de koning bestolen, de enige weg terug naar zijn aanzienlijke positie is het terugwinnen van de genade van de koning. In zijn leven als roofridder heeft hij zijn riddereer en riddertrouw niet opgegeven. De koning blijft zijn 'gerechte here' en hij hoopt dat deze hem in zijn bezittingen en lenen zal herstellen. Uiteindelijk blijkt hij bereid op Karels verzoek het tegen de verrader Eggerik op te nemen, en als koninklijke kampvechter Karels eer te handhaven.

Karel de Grote krijgt in zijn slaapvertrek zijn goddelijke opdracht. Hs. Parijs, Bibliothèque Ste. Geneviève, ms. 782, f. 141r. (Literatuurgeschiedenis.nl)

 

 

 
joomla templates by dezinedepot
© 2010 Dispuut Elegast - Nijmegen 1946